POLDERS - een theater van land en water
POLDERCOLUMNS

Columnreeks: Hoe ziet volgens u de toekomst van het Nederlandse polderlandschap eruit?

5 - De toekomst van het Nederlandse polderlandschap

ir. J.J. de Graeff, Directeur Natuurmonumenten

Het Nederlandse polderlandschap is uniek. Uniek met zijn nog steeds aanwezige vergezichten temidden van een zee van steen. Uniek met zijn grote, rechtlijnige patronen afgewisseld met kleinschalige landschapselementen. Uniek met zijn laaglandnatuur, op een aantal plaatsen nog steeds van hoge kwaliteit. Uniek met zijn fijnmazige en gecompliceerde waterhuishouding, waarbij water van beneden naar boven stroomt, in plaats van andersom. En tenslotte uniek in zijn ouderdom: de Grote Ontginning begon een kleine duizend jaar geleden en veel patronen in het landschap zijn dus eeuwenoud.

Maar wat gedurende een millennium is opgebouwd, wordt sinds de Tweede Wereldoorlog met grote snelheid onttakeld. Ruilverkavelingen, uitbreidingen van steden, dorpen en infrastructuur, veranderingen in land- en tuinbouw, de aanleg van recreatiegebieden en bossen, alles spant samen om een prachtig en waardevol landschap om zeep te helpen. Als voormalig dijkgraaf, als algemeen directeur van Natuurmonumenten én als Hollander betreur ik dit in hoge mate. Zonder polderlandschap wordt Nederland voor een deel van zijn identiteit ontdaan. Dat moet dus voorkomen worden.

Dat (delen van) dit gebied als Nationaal Landschap zijn aangewezen, biedt in dat verband enig perspectief. Maar niet voldoende. Want het landschap is van iedereen, en dus al snel van niemand. Wat nodig is, is allereerst een planologische visie van de (provinciale) overheid, waaruit duidelijk blijkt waar behoud van het polderlandschap wordt beoogd. Wat nodig is, is een nuchtere visie op de landbouw, in het bijzonder de melkveehouderij; deze voor het landschap zo belangrijke bedrijfstak zal in zijn huidige vorm slechts voortbestaan als daarop snel en effectief overheidsbeleid wordt ingezet. Wat nodig is, is het behoud van zichtbare landschapspatronen, ook als de ruimtelijke functies veranderen. En wat tenslotte nodig is, is geld: de Raad voor het Landelijk Gebied heeft daar onlangs nadrukkelijk op gewezen. Alleen een collectieve investering, in termen van aandacht, beleid en financiën kan ons polderlandschap redden. Het is nog niet te laat. Maar wel vijf voor twaalf.

ir. J.J. de Graeff

Sluit dit venster