POLDERS - een theater van land en water
BEEMSTER (1608 - 1612) - Esthetiek

Droogmakerij
De Beemster, Nederlands beroemdste droogmakerij, was uitermate belangrijk voor de ontwikkeling van de Nederlandse architectuur, landschapsarchitectuur, civiele techniek en cultuurtechniek. In de ontstaansperiode kwamen enkele ontwikkelingen samen die in korte tijd een omslag teweegbrachten van landontginning naar landinrichting.

Raster
In de Beemster werd door Dirck van Oss en Lucas Jansz. Sinck een autonoom raster van vierkanten op het landschap neergelegd. Met het 'ideaal van de rechte lijn' werden in de zeventiende eeuw zowel de stad, de tuin als het landschap geordend, waarbij het vierkant symbool stond voor 'vastheid' en 'hechtheid'. Dit rationele ordeningsprincipe is grotendeels gebaseerd op het ideaal van de Hollandse stad van Simon Stevin (1548 - 1620).

Functioneel
De landschappelijke articulatie van de inrichting kwam vooral tot uitdrukking in de aanleg van bomenlanen op de ontsluitingswegen. Lange rijen elzen en wilgen (pionierssoorten) vormden vierkante 'kamers' in het landschap en zorgden voor een verticale articulatie van het raster. Het vierkant komt consequent terug in ieder bouwelement van de polder - ook in de lusthoven en de stolpboerderijen. Het klassieke ideaal van het landleven werd hier verbonden met een agrarisch productielandschap. Het landschap van de Beemster is puur architectonisch. In alle latere polders is hetzelfde inrichtingsprincipe terug te vinden, zij het minder streng doorgevoerd. De functionaliteit won het dan van de esthetiek. De Beemster staat sinds 1999 op de UNESCO werelderfgoedlijst.

Thema esthetiek
> www.beemster.net